Vorige week meldde het RIVM dat het westnijlvirus (WNV) is vastgesteld bij een patiënt die dat zeer waarschijnlijk in Nederland heeft opgelopen. Een infectie met het virus is bij mensen in Nederland al eens eerder gevonden, maar al deze infecties waren in het buitenland opgelopen.

In augustus werd het WNV in Nederland al gevonden in een grasmus en muggen. Dat gebeurde in hetzelfde gebied als waar de patiënt is geweest.

Overdracht van de virusziekte vindt plaats via geïnfecteerde muggen van de soort Culex. Zij kunnen de ziekte overbrengen van een besmette vogel naar paarden of mensen.

Westnijlvirus bij paarden

Het westnijlvirus kan voorkomen bij paarden en bij muilezels en ezels. In de meeste gevallen verloopt de ziekte zonder symptomen. Maar bij ongeveer 10% van de besmette dieren worden neurologische verschijnselen gezien. Andere mogelijke verschijnselen zijn koorts, niet eten, sloomheid en/of koliek. Er is in Nederland tot nu toe nog geen WNV aangetoond bij een paard, ezel of muilezel.

Nederland vrij van westnijlvirus

Nederland is officieel vrij van WNV, maar het virus is wel aanwezig in landen in Europa, bijvoorbeeld Italië, Oostenrijk en Frankrijk. Omdat het virus voorkomt in landen dichtbij ons en het virus zich snel kan verspreiden, is er een kans dat WNV vaker in Nederland gaat voorkomen. Warme zomers en nazomers dragen bij aan de verspreiding van het virus.

Dead end host

Paarden en mensen zijn zogenaamde ‘dead-end hosts’. Dat betekent dat paarden en mensen het virus niet kunnen overbrengen: niet via direct contact, maar ook niet via muggen. Daarvoor is er onvoldoende virus in het bloed bij geïnfecteerde paarden en mensen.

Vaccinatie tegen westnijlvirus mogelijk

Er zijn in Europa vaccins tegen WNV beschikbaar. Ze worden nu vooral gebruikt bij risicodieren, zoals paarden die regelmatig op internationaal transport gaan naar gebieden waar WNV regelmatig problemen geeft. De vaccins bieden een goede bescherming.