Het Skuddeschaap zette in 1993 voor het eerst voet op Hollandse bodem. Het waren de fokkers van de Ouessant minischapen, die de Skuddes vanuit Duitsland naar Nederland haalden. Deze negen witte ooien en de twee witte rammen vormden het begin van de Skuddepopulatie in ons land.

Het Skuddeschaap is een zeer oud ras, verwant aan de Scandinavische kortstaart en de Noorse pelsschapen. In het begin van de 20ste eeuw werd het Skuddeschaap veel gehouden in de Baltische staten en Oost-Pruisen, een gebied dat na de tweede wereldoorlog tussen Polen en Rusland werd verdeeld. In dat gebied kom je het Skuddeschaap niet meer tegen, ze zijn er lang geleden verdreven door grotere schapenrassen met meer vlees op de botten.Het is te danken aan enkele Duitse dierentuinen, die de kleine Skuddeschapen als bezienswaardigheid in hun collectie opnamen. Van daaruit vonden de schapen hun weg naar particulieren die dit sterke schapenras wel zagen zitten. Tegenwoordig zijn er voldoende liefhebbers, die zich inzetten voor het behoud van dit kortstaart landras en lijkt het erop dat het ras voor de toekomst veilig is gesteld.

Skuddeschaap: levendig, op hun hoede, taai en gezond

Van nature zijn de Skuddes levendig en op hun hoede, een beetje schuw zelfs. Dit ras is geschikt voor de wat armere grondsoorten en voor het begrazen van gebieden met een ruige vegetatie. Ze zijn taai en gezond. Dit kleine, compacte schaap heeft een stel stevige poten. Ze halen hooguit een schofthoogte van rond de vijftig à zestig centimeter. Hun gemengde wol is wit, zwart, goudbruin of blauwgrijs. Bonte dieren komen ook voor, al ziet men bij de fokkersvereniging het liefst ‘zuivere’ kleuren.

De vrij grove wol heeft een mooie glans en is geschikt om te spinnen, te vilten, maar ook goed te verweken op een weefgetouw. De ooien hebben meestal geen hoorn, in tegenstelling tot de mannelijke dieren, die een indrukwekkend stel horens bezitten. Zo nu en dan wordt er een vrouwelijk dier geboren met horens. Voor de fokkersvereniging geen reden om ze niet in het stamboek op te nemen.

De eerste raszuivere Skuddes

In 1993 kwamen de eerste raszuivere Skuddes vanuit Duitsland naar Nederland. Al snel daarna werd de “Fokkersvereniging Skuddeschaap” opgericht. Met het opstellen van een rasbeschrijving werd er een begin gemaakt met de introductie van het Skuddeschaap in Nederland. Men schreef ook een fokreglement waar schapen binnen de vereniging qua uiterlijke kenmerken en afstamming aan moesten voldoen. Het “startkapitaal’’, de negen ooien en twee rammen, was onvoldoende. Daarom volgden al gauw er verschillende nieuwe importen vanuit Duitsland, waaronder ook dieren met bruine en zwarte wol.

Twintig jaar Skuddeschaap in Nederland

De vereniging maakte de eerste jaren van haar bestaan een vliegende start, want er sloten zich tientallen liefhebbers bij de vereniging aan. Nu, bijna dertig jaar verder, zijn er ongeveer 45 leden, waarvan vijftien zich met het fokken van stamboekdieren bezighoudt. Nanda Grondsma, uit het Friese Akmarijp, in één van hen. Zij houdt al twintig jaar Skuddes en is voorzitter van de fokkersvereniging.

Nieuwsgierig waarom Nanda helemaal verknocht is aan het ras? Lees dan het hele artikel in Boerenvee 3 van 2021.

Wil je dit nummer als eerste nummer van je (proef)abonnement ontvangen? Dat kan! Vraag hier je abonnement aan en vermeld in het opmerkingenveld dat je Boerenvee nummer 3 als eerste nummer wil ontvangen.

Tekst en foto: Jan Smit