De zogeheten rollkür, een houding waarbij het paard met sterk gebogen hals en de kin op de borst loopt, lijkt het welzijn van paarden niet veel aan te tasten.

Dit concludeert Janneke Sleutjens die deze week bij Universiteit Utrecht promoveerde op de effecten van verschillende hoofd-hals-houdingen bij paarden.

Al vele jaren is er heftige discussie over de eventuele negatieve effecten van bepaalde hoofd-halshoudingen van paarden die voor dressuur worden getraind. In die strijd is vooral de ‘rollkür’ het mikpunt. Promovenda Janneke Sleutjens deed objectief onderzoek naar het effect van deze en een aantal andere hoofd-hals houdingen op het paard. De rollkür beïnvloedt het paard inderdaad, maar… alle andere houdingen dan de natuurlijke, vrije positie doen dat ook. Sommige zijn mogelijk venijniger dan de rollkür.

Het onderzoek

Sleutjens trainde zeven paarden aan de longe (een lange lijn waarmee men paarden op een cirkel laat lopen) en keek vervolgens naar de volgende houdingen: de hals gestrekt, de kruin hoog en de neusbrug rond de loodlijn (de zogenaamde wedstrijdhouding die tijdens competities gevraagd wordt); een sterk gebogen hals en de neus richting de borst (de rollkür); een extreem gestrekte hals en de neusbrug ver voor de loodlijn en een ‘lichte variant’ van de rollkür waarin de hals gebogen wordt en de neus richting de voorknie wijst. Al deze houdingen werden vergeleken met de natuurlijke houding als referentie. De promovenda bestudeerde het effect van deze houdingen in drie verschillende klinische gebieden die van invloed zijn op paardenwelzijn: de spier- en zenuwfunctie in de hals, de bovenste luchtweg-functionaliteit en stressindicatoren waaronder gedragsobservaties.

“Bij de rollkür nam de luchtweerstand inderdaad het meeste toe, maar zonder dat dat invloed had op de zuurstofvoorziening van het bloed”, aldus Sleutjens. “Ook was de geleiding van bepaalde zenuwen het meest vertraagd, maar de gedragsobservaties wezen duidelijk op de meeste weerstand tegen houdingen met een meer gestrekte hals, daarbij inbegrepen de algemeen geaccepteerde ‘competitiepositie’. Over het algemeen bleek de houding waarbij de hals gebogen is en de neus richting de voorknie nog het meest te lijken op de vrije houding”.

En nu?

De belangrijkste conclusie is dat bij het gemiddelde dressuurpaard iedere hoofd- en halshouding, anders dan de vrije houding, een effect heeft. De rollkür is en blijft een extreme positie en heeft zeker niet het minste effect, maar enige vorm van schadelijkheid is niet aangetoond en het effect op het welzijn zou wel eens erg mee kunnen vallen. Dat laatste geldt mogelijk in mindere mate voor andere, zeer algemeen geaccepteerde houdingen. Er is echter meer onderzoek nodig om dat laatste hard te kunnen maken. In ieder geval lijkt het erop dat bij de training de houding met de neus richting de voorknie wellicht te prefereren is boven de houding met de neus naar de borst.