De Ouessant heeft een sterke gezondheid en een zonnig karakter. De prachtig fijngebouwde schapen van Albert en Joke Vrolijk brengen leven in de brouwerij. En door hun kleine formaat passen de zwarte diertjes prima in de royale achtertuin van het echtpaar.

Er dartelen twee gitzwarte lammetjes tussen de fruitbomen. De ene is beduidend groter dan de ander. Toch schelen ze maar een week in leeftijd. “Het lichaamsgewicht van een lam verdubbelt na één week”, verklaart Albert Vrolijk. “Bij de geboorte zijn ze niet groter dan een pak suiker.” Liefdevol neemt hij het jongste lammetje in zijn armen. Het diertje laat zich aanhalen en kijkt tevreden om zich heen. Even later verzamelen ook de andere schapen zich om hun baasje. Kleine stukjes stro en hooi steken uit hun dikke vacht. Ondanks dat de Ouessanten tenger gebouwd zijn, bezitten ze een relatief dikke laag wol. “Je moet ze eens zien nadat ze geschoren zijn. Dan blijft er bijna niets van ze over”, lacht Albert.

Ouessant: levendig en aanhankelijk

De Ouessant (uitgesproken als: Oe-sant) is het kleinste schapenras ter wereld. Een volwassen ooi wordt maximaal 46 centimeter hoog en een ram 49 centimeter. Je ziet ze het meest in het zwart, maar zijn er ook in het wit en bruin. De hobbyfokker loopt naar de stal om wat schapenkorrels te halen. Zijn dieren staren hem na met hun iets uitpuilende glanzende ogen. Ze zijn aanhankelijk. Vriendelijk. Levendig. Én lief voor kinderen. “Ze brengen echt leven in de brouwerij.” Elke dag geeft hij zijn beesten wat brok, het maakt het contact makkelijker. Zodra Albert met een bakje verschijnt, beginnen de schapen spontaan te blèren. “Ja, dat geluid is de andere kant van de medaille. Door die korrels blèren ze best vaak. Als je het ze nooit zou geven, dan waren ze stiller geweest.”

Eiland dwerggroei 

Het schapenras dankt haar naam aan het gelijknamige eiland Ouessant. Dat ligt voor de kust van Bretagne in de Atlantische Oceaan. De dieren werden destijds op het eiland onder sobere omstandigheden gehouden. Dit had grote impact op het kleine formaat van de schapen. Ze moesten het doen met het barre klimaat en karige voedsel. Mogelijk selecteerden de eilandbewoners ook op formaat, omdat ze merkten dat dit type het beste gedijde in de harde omstandigheden.

De Ouessant is een typisch voorbeeld van insular dwarfism (eiland dwerggroei). Dit is een verschijnsel dat voorkomt bij diersoorten die generaties lang op een eiland wonen of in een ander klein en gesloten ecosysteem (grot, oase of afgelegen vallei). Ze worden in de evolutie kleiner omdat ze zich aanpassen aan de langdurige veranderende leefomgeving.

Andere bekende voorbeelden zijn kleine olifantensoorten zoals de Siciliaanse dwergolifant, kleine runderen zoals de Anoa en Tamaroe. Ook de Balinese tijger, de Zanzibarluipaard, de eilandvos, de Cozumelwasbeer zijn voorbeelden.

Ouessant in de achtertuin

Het huis van Albert en Joke ligt in een woonwijk in Hattem. Het is gebouwd op een grote kavel van 2.500 vierkante meter en dat de vorm van een taartpunt heeft. De tuin is verdeeld in drie lapjes van 500 vierkante meter: twee schapenweides en een gazon.

“De schapen grazen vooral in de weides. Daar heb ik ze ook het liefst”, lacht Joke, die graag tuiniert. “Het gazon en de tuin zijn een beetje mijn domein.” Een enkele keer per jaar, bijvoorbeeld bij een tekort aan gras, zet Albert het gazon wél in als graasweide. Met wat houten koppelhekjes maakt hij van het grasveldje een afgebakende wei.

Het koppeltje schapen bestaande uit vier schapen en vier lammeren, zijn prima te houden in de ‘achtertuin’ van de Vrolijks. In principe is een oppervlak van 1.000 vierkante meter voldoende voor drie tot vier Ouessants.

Goede moeders

Dit ras is heel eenvoudig te houden, vindt Albert. “Ze stellen niet veel eisen en hebben weinig verzorging nodig. Ze zijn nauwelijks ziek. Tot mijn grote schrik had één dier ooit myiasis, en daar bleef het gelukkig bij. Verder zijn ze licht in gewicht en dus heel handzaam bij bijvoorbeeld het bekappen.”

Ook staat de Ouessant bekend om haar goede moedereigenschappen. Ze bevallen doorgaans van één lam en zorgen daar goed voor. De hobbyfokker herinnert zich nog de bevalling van een ooi waarbij het lam nagenoeg levenloos ter wereld kwam. “De moeder stond op en at meteen de laatste vliesresten van haar jong op. Ze bleef net zo lang bij het lam friemelen en likken, tot het diertje begon te drinken. Wat een oerinstinct, geweldig om te zien.”

Mensen die geïnteresseerd zijn in de Ouessant doen er volgens Albert Vrolijk goed aan om te starten met goede dieren. “Op Marktplaats staan veel dieren maar vaak zonder stamboekgegevens, ook zijn ze meestal te groot van formaat. Beter is om via onze fokkersvereniging te informeren naar goed fokmateriaal. Wij kunnen namen geven van leden in de buurt. Zo heb je meteen een maatje die jou op weg kan helpen.”

De fokkersvereniging Ouessantschapen 

Albert is secretaris van de Fokkersvereniging Ouessantschapen. De vereniging heeft een Europese erkenning en telt 450 leden en 3.500 stamboekdieren. Vanwege de grote spreiding in Nederland is de inteeltgraad laag; 0,0799 procent.

Vrolijk is trots op de Europese erkenning: “Het bevestigt dat we op een goede manier met het ras omgaan. Ons fokdoel is de instandhouding én verbetering van het ras.”  De fanatieke fokkersvereniging organiseert jaarlijks een algemene ledenvergadering en twee keer per jaar een bespreekdag. Op zo’n ontmoetingsdag kunnen liefhebbers hun dieren aan keurmeesters laten zien. “Het is een keuring, maar het gaat niet om kampioenen”, lacht Albert. “Doel is juist om leden aan te moedigen en te inspireren. De keurmeesters kijken naar de kop, vacht, romp, gebit, beenwerk en andere kenmerken van je dier. Het is leuk en leerzaam om daar samen over te praten.” Hij voegt daaraan toe dat het zeker geen topdieren hoeven te zijn. “Je hoeft dus niet bloedfanatiek te zijn.” Ook nieuwe leden of mensen die interesse hebben om Ouessanten te gaan houden zijn welkom op een bespreekdag.

Tekst: Mariska Bloemberg. Foto: Han Hopman

Wil je meer lezen over schapen en andere boerderijdieren? Neem dan een abonnement op Boerenvee.