Melkgeiten en -schapen waren de bron van de Nederlandse Q-koortsuitbraak in 2008. Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat mensen vanuit andere diersoorten, zoals runderen, besmet zijn geraakt.

Dat blijkt uit onderzoek van Hendrik Jan Roest, die donderdag 14 maart 2013 aan de Universiteit Utrecht op zijn onderzoek hoopt te promoveren.

In de Q-koortsuitbraak bleek één type van de Q-koortsbacterie Coxiella burnetii een sleutelrol te hebben gespeeld. De typen die bij runderen gevonden werden wijken sterk af van dit uitbraaktype en worden slechts zelden bij mensen waargenomen. Besmette geiten verspreiden C. burnetii niet alleen tijdens miskramen (abortus), maar ook tijdens het normale lammeren. Voorafgaand aan het lammeren worden geen bacteriën uitgescheiden. Dit komt doordat C. burnetii een sterke voorkeur heeft voor de placenta en zich niet vermenigvuldigt in andere organen van de geit. Het nauwkeurig meten van de afweerstoffen bij geïnfecteerde geiten biedt de mogelijkheid om pas geïnfecteerde dieren op te sporen.