Inge Vleemingh is boerin. Ze heeft in Halle een kleinschalige boerderij met vijftig zwijnvarkens op 3 hectare grond. Inge voert haar dieren lokale reststromen, want ze wil voedselverspilling tegen gaan. Het exclusieve varkensvlees verkoopt ze aan restaurants en particulieren. “En dat gaat goed, ik zou ervan kunnen rondkomen.”

De 36-jarige Inge Vleemingh is opgegroeid in de Achterhoek. Ze studeerde aan de Academie van Bouwkunst in Amsterdam en is opgeleid tot landschapsarchitect. Inmiddels woont ze met haar vriend Heimen, dochter Dine en baby Willem op een boerderijtje in het Gelderse Halle. Ze heeft een parttime kantoorbaan als landschapsarchitect en zette haar eigen bedrijf ‘De Goed Gevulde’ op. Ze houdt vijftig zwijnvarkens en heeft sinds kort ook 240 vleeskuikens. De dieren worden gevoed met lokale reststromen.

Vanwaar jouw fascinatie om varkens te voeden met lokale reststromen?

“Tijdens mijn opleiding in Amsterdam leerde ik hoe burgers naar voedsel en het platteland kijken. Ik zag ook dat de stad wordt gevoed door de landbouw. En dat er veel reststromen bij vrij komen. Denk aan groenten, brood en fruit. Waarom zou je dat weggooien? Vroeger had elke boerenfamilie wat varkens waar ze de resten uit het huishouden aan voerde.”

Hoe groot is de voedselverspilling in Nederland?

“We gooien een derde van ons eten weg. Ook in de rest van de voedselketen wordt voor een derde verspild, denk aan overproductie en afgekeurde producten. Vlak voor sluitingstijd is een brood in de winkel nog 3 euro waard, daarna is het waardeloos. Grote hoeveelheden groenten en fruit gaan met zakken en al de verbrandingsoven in. Ook nog eens slecht voor het milieu. Het is raar hoe wij met ons voedsel omgaan. Er is veel honger in de wereld. Dat komt niet omdat we te weinig produceren, maar omdat de politieke wil ontbreekt, bijvoorbeeld door handelsoorlogen of door slecht bestuur.”

Welke rol ligt er voor supermarkten?

“Ze verkopen heel veel verpakte producten. Dat geeft grote hoeveelheden onnodig plastic. Gesneden groenten zijn bovendien korter houdbaar. Het zou al veel helpen als supermarkten daarmee stoppen, of beter nog: dat wij het niet meer kopen. Je moest eens weten hoeveel plastic zakjes met groenten we hier aanvoeren voor de varkens. We krijgen ook zakken vol goede appels omdat er op één appel een plekje zit.”

Met welke lokale reststromen voer jij je varkens?

“Om voedselverspilling en plastic soep tegen te gaan, halen we bij ruim twintig bakkerijen, groenteboeren, supermarkten, bierbrouwers en kaasmakerijen reststromen op. Deze ondernemers zijn blij met ons, want het bespaart hen afvoerkosten. We krijgen van alles: salades, groenten, fruit, brood, zuivel en wei. Vlees of producten waarin vlees verwerkt is, nemen we absoluut niet mee. Dat is wettelijk verboden om verspreiding van dierziekten te voorkomen. Inmiddels draait ons huishouden ook op deze lokale reststromen. Goed brood gaat meteen de vriezer in.”

Voor welk varkensras heb je gekozen?

“Onze varkens zijn voor een kwart wild zwijn. Hun moeder is een Duroc en de vader is voor de helft wild zwijn (Duroc x 100% wild zwijn). De Romeinen wisten vroeger al dat wilde zwijnen mals en smakelijk vlees hadden. De hoeders gingen met hun tamme varkens daarom naar het bos of de hei, in de hoop dat de dieren werden gedekt door wilde zwijnen. Ze zijn bovendien heel sterk en gezond. Onze varkens hebben een dikke wintervacht en we zien nooit hoefproblemen. Ze zijn heel robuust, in de vier jaar dat we dit ras fokken gebruikten we slechts één keer antibiotica. Ze doen het prima op de lokale reststromen.”

Zijn de zwijnvarkens wild van gedrag?

“Je ziet dat ze afstammen van het wilde zwijn. Zeker de beer die voor de helft wild zwijn is. Maar de nakomelingen zijn veel rustiger in de omgang. Ze zijn minder gevoelig voor stress.”

Je hebt onlangs ook vleeskippen aangeschaft?

“Ja, 240 stuks. Net als de varkens zijn het traaggroeiende en sterke dieren. Het ras is Hubbard.”

Aan wie verkoop je het vlees?

“We verkopen een deel aan restaurants, onder andere aan tv-kok Estée Strooker. Ze heeft twee restaurants en waardeert de manier waarop wij onze varkens houden. Ook hebben we een webshop én een winkel aan huis. Mensen waarderen de smaak, je hoeft het vlees niet eens te marineren. Het is donkerrood en gemarmerd; compleet anders dan regulier varkensvlees.

En samen met een bevriende charcutier ontwikkelen we gedroogde vleeswaren, zoals hammen en worst. In Spanje raakte ik geïnspireerd door de boerderijen waar ze Iberico varkens houden. Dat vlees is erg goed en de Iberico ham is een begrip. Wij proberen zo’n zelfde type Achterhoekse ham te ontwikkelen. In Spanje zag ik ook dat landbouw en natuur goed samen gaan. De varkenshouders hebben een goed inkomen en dragen bij aan een mooi landschap waar mensen van genieten. Wij willen hier hetzelfde bereiken met onze boerderij.”

Je bent landschapsarchitect. Gebruik je die kennis ook bij het inrichten van je erf en grond?

“Jazeker. De Achterhoek staat bekend om zijn mooie coulissenlandschap en dat wil ik versterken. De bomen die we aanplanten hebben een meerdere functies. Alle weides zijn omzoomd met voedselbossen die zorgen voor fruit, noten, schaduw en beschutting voor de varkens. Ook is het een nieuw leefgebied voor flora en fauna. In de bossen staan oude, zeldzame streekrassen zoals de Pokappel, de Wienekerappel, de Ossepeer en de Kenneke appel.”

Kun je rondkomen van je boerderij?

“Het draait zo goed dat ik er van zou kunnen leven en het is mijn droom om dat ooit te doen. Maar voorlopig heb ik mijn baan er nog naast. Ik ben supergelukkig hier en tevreden met kleine dingen. Ik ben boerin met een kleinschalig bedrijf. We leiden een eenvoudig leven met goed eten en vrijheid. Ik hoop dat onze kinderen dat later gaan waarderen.”

Lees meer over Inge, haar dieren en de lokale reststromen waarmee ze haar dieren voert.

Tekst en foto: Mariska Bloemberg