Opvallend, vriendelijk én multifunctioneel

De Lakenvelder heeft een flinke schare fans in Nederland. In Boerenvee vertellen vier enthousiaste fokkers waarom nou juist dit oudhollandse ras hun favoriet is.

Bouwina van Dam: ,,Een belevingskoe en super leermiddel”

,,Bij ons op Hoeve Boschoord zijn onze Lakenvelders belevingskoeien. Onze cliënten zijn in meer of mindere mate sterk gedragsgestoord door hun verstandelijke handicap. Door de koeien leren ze te werken in structuur en regelmaat. De koeien hebben alle dagen hun verzorging nodig; voeren, uitmesten, scheren, borstelen; ze kunnen het niet zelf en zijn dus afhankelijk van onze ‘jongens’.

Dat geeft hen een goed gevoel en dagritme. Naast de koeien hebben immers ook mensen baat bij een regelmatig leven. Voor ons is het vooral belangrijk dat de koeien betrouwbaar zijn; dan telt de binnenkant meer dan de buitenkant.

Dat maakt de Lakenvelder bijzonder geschikt als leermiddel. Ze zijn heel erg mak en wij als medewerkers vinden het gewoon mooie koeien. Ze zijn uniek, opvallend en zeldzaam en dus wilden wij wel graag met de Lakenvelder werken. We hebben al meer dan 10 jaar Lakenvelders en zijn ook erkend fokcentrum voor zeldzame landbouwhuisdieren.

Deze titel hebben we niet alleen gekregen omdat onze 20 Lakenvelders van hele goede kwaliteit zijn, maar vooral ook omdat we uitdragen waarom Lakenvelders zo bijzonder zijn. Wanneer fietsers stoppen om naar de koeien te kijken, vertel ik ze graag over de Lakenvelder. Persoonlijk beleef ik veel plezier aan de fokkerij. Zo kruisen we onze zwarte Lakenvelders ook wel met een rode stier en andersom. Het blijft dan altijd een verrassing wat er geboren wordt: een rode of een zwarte.”

 

Henk Joosten: ,,Ik kom bij de lakenvelders helemaal tot rust”

,,In mijn werk als manager in het onderwijs heb ik overdag veel aan mijn hoofd. Als ik dan ’s avonds thuis naar de lakenvelders ga, kom ik helemaal tot rust. En dat geldt ook voor de buren en de mensen die langs fietsen. Ze maken foto’s en bewonderen de koeien met de kalveren. Als we iedereen daarvoor zouden kunnen laten betalen, zouden we er haast een inkomen uit kunnen krijgen.

We hebben 15 grote koeien en die kalven in het voorjaar. De lakenvelders zijn heel rustig en ze kalven eigenlijk vanzelf. Het is prachtig om te zien dat de kalfjes na een half uur staan en dan al snel onder de koe gaan drinken. En wat bij lakenvelders zo leuk is: als ze geboren worden is het een verassing of het kalf rood of zwart is, een vaarsje of een stier, maar ook: heeft ie een mooi laken?

Alle vaarskalveren houden we aan en de stiertjes mesten we af. We slachten ze zelf en dan verkopen we het vlees in pakketten van 20 tot 25 kilo. Het is licht gemarmerd vlees en rustig gegroeid op melk en gras en dat komt de smaak ten goede.

De lakenvelder is een dubbeldoelras, dus ze hebben niet zo’n vleesontwikkeling als limousins of Belgische blauwen, maar daar tegenover staat dat ze heel sober zijn in de voeding en verzorging. Met die vleespakketten houden we per stier zo’n 350 euro over. Daar word je natuurlijk niet rijk van, maar we hebben de koeien ook vooral om van te genieten.”

 

Cees Sonneveld: ,,Die donkerrode gloed, daar hou ik van”

,,Toen ik in 1997 stopte met koeien melken wist ik zeker dat ik nog wel koeien wilde houden. Een boer hoort gewoon koeien te hebben. Ik wist ook meteen dat ik lakenvelders wilde. Het is een écht Hollands ras. Al die buitenlandse rassen horen hier niet. Bovendien zijn lakenvelders prachtig om te zien. Langs de laan naar onze boerderij zie je links en rechts de lakenvelders met hun kalveren lopen. Een prachtig gezicht en dat vinden ook de voorbijgangers. Vanuit de verte herken je de lakenvelder meteen: zo karakteristiek.

Wij hebben 15 koeien met kalveren en 9 pinken en ze lopen op natuurland. Dat past heel goed bij de lakenvelder, want ze zijn heel erg sober. De kalveren krijgen wat krachtvoer, maar de koeien doen het helemaal alleen op natuurgras en hooi. Eigenlijk is onze houderij heel natuurlijk; geen KI, natuurland en de kalveren blijven bij de koeien. Zo boerden we vroeger ook.

Op één na zijn ze allemaal rood, dat vind ik de allermooiste kleur. En dan het liefst met zo’n donkerrode gloed. Ik hou ook van zware, massale koeien. Er moet wel een koe in de wei staan, als je begrijpt wat ik bedoel. En dan moet je de stier ook duidelijk in het koppel herkennen. Het is niet makkelijk zo’n aansprekende stier te vinden, maar ik blijf altijd speuren naar die éne unieke. Ik fok echt die zware, duurzame koe, niet zozeer omdat ze dan meer geld voor de slager opbrengt, maar gewoon omdat een zware koe mooi is om te zien. Dat is toch weer de veehouder in me die dat mooi vindt.”

 

Reinier Grobben en Petra Sluitman : “Lakenvelder past in Slowfood”

”Wij hebben twee lakenvelder koeien. Elke dag melken we ze en maken hier echte lakenvelder kaas van. Op onze kleine boerderij met restaurant proberen we zelfvoorzienend te zijn en alle producten verwerken we in het menu voor onze gasten. Kleinschalig, authenthiek en zoals het vroeger nog ging.

Daarom past de lakenvelder hier ook zo goed in. Het is een oud-hollands ras en bovendien niet te groot en heel gemakkelijk met kalven en in de omgang. Wanneer mensen in onze tuin eten, kunnen ze de koeien aaien want die leggen hun kop altijd over het hek. Dat vinden onze gasten natuurlijk prachtig.

Vooral ook omdat de lakenvelder door zijn laken zo’n herkenbare koe is. Het is geen gewone koe met vlekken. De kaas, yoghurt en feta die we van de melk maken hebben een heel eigen smaak, maar of dit komt doordat de lakenvelder melk anders smaakt dan bijvoorbeeld van die van een MRIJ koe denk ik niet.

Het hele proces van voeding van de koeien  tot aan het verwerken van de melk tot kaas heeft invloed op de uiteindelijke typische smaak van onze lakenvelder kaas. Je proeft dat bij ons alles de tijd krijgt. We zijn ook lid van Slowfood en in dat plaatje passen de lakenvelders ook prima. Omdat we heel weinig stalruimte hebben, verkopen we de kalveren na de zoogperiode en kopen we het vlees dat we in ons restaurant op tafel zetten aan bij een andere lakenvelder fokker. In onze Bed& Breakfast Pipowagen ligt ook een huid van een van onze stieren. Zo gebruiken we alles wat de koeien ons geven.”

Alice Booij