Een kwart van de bruine ratten in Nederland is resistent tegen rattengif. In sommige regio’s is het percentage resistentie nog veel hoger. Dit blijkt uit onderzoek van Wageningen UR.

25 procent van de opgestuurde rattenkeutels blijken afkomstig te zijn van verminderd gevoelige oftewel resistente ratten. Onderzoekers van Wageningen UR constateren dat het percentage resistente bruine ratten over heel Nederland weliswaar beperkt is, maar dat in bepaalde regio’s, bijvoorbeeld het oosten van het land, dit percentage waarschijnlijk een stuk hoger ligt. Dat is problematisch, omdat rattengif in dat soort gebieden haar werkzaamheid langzamerhand verliest.

Resistente bruine ratten zijn verminderd gevoelig voor rattengif. Ze eten wel van het gif, maar gaan er niet aan dood of pas na langere tijd. Veel van deze ratten overleven dus de bestrijding en kunnen zich beter voortplanten dan hun gevoelige soortgenoten. Hierdoor wordt de populatie resistente ratten steeds groter. Dit lijkt vooral het geval in het oosten van ons land.