Het fokken van kortere staarten bij schapen van Engelse rassen gaat alleen bij de Suffolk snel genoeg. Bij de Clun Forest en de Hampshire Down zijn meer fokkerij-inspanningen nodig. Dit concluderen Wageningse onderzoekers.

Omdat schapen van een aantal Engelse rassen van nature een grote staart hebben, zijn ze gevoeliger voor de huidmadenziekte myiasis. Om het risico te verkleinen hebben drie schapenrassen (Suffolk, Hampshire Down en Clun Forest) een ontheffing op het huidige coupeerverbod voor staarten gekregen, onder de voorwaarde dat de stamboeken een effectief fokbeleid voor kortere staarten ontwikkelen. Onderzoekers van Wageningen UR Livestock Research evalueerden in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken het gevoerde beleid. Zij concluderen dat goede stappen zijn gemaakt en dat draagvlak bij de fokkers van groot belang is, zodat zij ook daadwerkelijk lammeren gaan selecteren op grond van de fokwaarden voor staartlengte.

Met behulp van een goed fokbeleid is het mogelijk om binnen 20 jaar de staartlengte van schapen te halveren. Hierdoor neemt de kans op myasis af en wordt couperen overbodig. Selectie op staartlengte is dus mogelijk, maar alleen effectief indien voldoende dieren worden gemeten en fokkers de gegevens daadwerkelijk gebruiken om te selecteren op staartlengte. Daarom is draagvlak bij individuele fokkers van groot belang.

Alle drie de stamboeken hebben een fokwaardenschatting voor staartlengte gerealiseerd. De Suffolk is het verst met het in de praktijk brengen van selectie voor kortere staarten. Voor dit ras worden al sinds 2003 de staarten van lammeren gemeten. Bij de Suffolk is de staartlengte de laatste jaren licht gedaald, bij de Clun Forest en Hampshire Down nauwelijks. Bij deze twee laatste rassen is de fokwaardenschatting pas sinds 2010 operationeel en meten fokkers nog niet alle lammeren. Een extra inspanning is daarom nodig om binnen afzienbare tijd een daadwerkelijke verkorting van staartlengte bij deze schapenrassen te kunnen realiseren.