Verkozen tot zeldzaam ras van 2020

Het Fries-Hollands vee is dit jaar verkozen tot ras van het jaar door de Stichting Zeldzame Huisdierrassen (SZH). Deze oer-Hollandse zwartbonte koeien hebben de status van een bedreigd landbouwhuisdier met maar tweeduizend ingeschreven stamboekdieren.  Toch komt er gelukkig meer en meer belangstelling voor deze duurzame dubbeldoel koe.

Comeback Fries-Hollands vee

De Fries-Hollandse koe maakt langzaam haar comeback. In de huidige landbouw moet men kijken naar een meer duurzame manier van veeteelt. Dat betekent dat in de melkveehouderij diergezondheid, robuustheid en biodiversiteit steeds meer in de belangstelling staat.  Na vijftig jaar Holstein-Friesians beginnen de huidige melkveehouders zich te realiseren dat de Fries-Hollandse dubbeldoel koe zo gek nog niet is.

Duurzamere keuze

Wagenings onderzoek wijst uit dat de dubbeldoelkoe, waaronder de Fries-Hollandse, minder melk geeft dan de Holsteiners. Maar daar staat tegenover dat ze minder krachtvoer nodig hebben, niet snel ziek zijn en meer opleveren bij de slager. Bovendien zijn de houders van deze koeien minder geld kwijt aan de dierenarts.

Als je alle voor- en nadelen van de Holsteiners en de Fries-Hollandse naast elkaar zet, dan is er qua opbrengst niet veel verschil. Zeker niet als je het veranderde klimaat in je berekeningen meeneemt, daar kunnen de Fries-Hollandse koeien veel beter mee omgaan. Het Fries-Hollands vee maakt een comeback. Helemaal nu de overheid, onder bepaalde voorwaarden, een premie van honderdvijftig euro per Fries-Hollandse melkgevende koe in het vooruitzicht heeft gesteld.

Ontstaan Fries-Hollands vee

Voor het ontstaan van het Fries-Hollands vee moeten we terug naar de 18e eeuw. In die tijd stierven er in de provincie Friesland ruim dertigduizend koeien door de desastreuze veepest. In Noord-Holland verloren de boeren twee derde van hun gehele veestapel aan deze besmettelijke ziekte.

De gevolgen van de veepest epidemieën op het aantal koeien waren enorm en om de veestapel weer op peil te brengen, werden er koeien uit het Deense Jutland geïmporteerd. Deze koeien waren vooral zwartbont, in tegenstelling tot de vele kleurvariaties voor de uitbraak. Met deze nieuwe generatie koeien bouwden de melkveehouders van Friesland en Noord-Holland in de 19e eeuw een nieuwe populatie koeien op. Dit Fries-Hollands vee groeide uit tot dé melkkoe van Nederland en de rest van de wereld. Dat hadden de Amerikanen ook in de gaten en zij boden in die tijd grof geld voor de zwartbonte topkoeien. Het Fries-Hollands vee maakte furore in het verre Amerika. Later zou blijken dat die export bijna het einde betekende voor het Fries-Hollandse ras.

Stamboeken

Aan het einde van de 19e eeuw werden verschillende stamboeken opgericht. Op die manier had men meer controle over de herkomst van de koeien. Daarnaast wilde de stamboeken de melkproductie en de gezondheid van de veestapel verbeteren. Ook het uiterlijk van het Fries-Hollands vee werd in die tijd beschreven en vastgelegd. Tot ver na de Tweede Wereldoorlog gold het Fries-Hollandse vee als het beste vee van de wereld. De topstieren gingen voor tonnen de aardbol over. Had je een kampioen tijdens de vijfjaarlijkse jubileumkeuring in Leeuwarden, dan was je binnen. Langzaam kwamen er geluiden dat de melkproductie en vruchtbaarheid van de Fries-Hollandse koeien niet zo best meer was. En dat de dure, geëxporteerde kampioenen niet de gewenste nakomelingen produceerden. Elke kritiek werd door het stamboek echter in de wind geslagen.

Bijna ten onder

Midden jaren zeventig van de vorige eeuw werd een vergelijkingsproef gedaan tussen zwartbonte koeien uit tien verschillende landen gedaan. En deze proef liet zien dat de Fries-Hollandse koeien niet meer goed scoorden. Het Fries-Hollands vee moest het op het gebied van de melkproductie afleggen tegen de Holstein-Friesians. Nota bene nazaten van de zwartbonten die honderd jaar eerder naar Amerika waren verscheept. Dé melkkoe van de wereld eindigde op de negende plek en viel van zijn voetstuk.

De leden van de stamboekvereniging waren verbijsterd, maar hadden het slechte resultaat aan zichzelf te danken. De fokkers hadden meer oog voor de uiterlijkheden en het exterieur dan voor het verbeteren van de melkproductie. Jarenlang werden koeien met één vlekje teveel aan de poten afgekeurd. Uiteindelijk haalde de stamboekorganisatie bakzeil en werd het stamboek opengesteld voor de Amerikanen.

Tekst en foto’s: Jan Smit

Meer lezen over koeienrassen? Lees ons artikel over de bonte Dahomey en over de opvallende Galloways.