Richard Olthuis (20) is gek op Hampshire Downs. Voor zijn zesde verjaardag kreeg hij zijn eerste wollige ooi, Dieuwertje. Inmiddels is hij hobbyboer én lammerinspecteur. Hij doet fanatiek mee aan keuringen. “Je kunt je daar meten met andere fokkers. Mooi is dat!”

Samen met zijn vader Reinard en achterneef Harry runt Richard de Hampshire Down fokkerij ‘De Trippenmaeker’. Het drietal heeft een kudde met 24 dek-ooien, 9 dek-rammen en 5 ooilammeren. De dieren grazen verspreid op een oppervlak van circa 7,5 hectare. In het lammerseizoen vertoeven ze in een loods op het erf van Harry. De fokkers waarderen het ras om hun bijzondere uitstraling, de zwaar bewolde kop, hun zwarte fluwelen oren en het zwarte snuitje. “Even heel iets anders dan de boeren Texelaars die je hier overal ziet.”

Altijd bij de schapen’

Achttien jaar geleden kocht Harry twee Hampshire Down ooien. En al snel was ook Richard fan van het ras. Na schooltijd fietste hij in één rechte lijn naar de kudde. En nu Richard kraanmachinist is, zijn de schapen het eerste waar hij na werktijd naar toe rijdt. “Het is gewoon prettig om bezig te zijn met de beesten. En ’s winters in de lammertijd is het helemaal een leuke periode. Al die lammeren die geboren worden, echt mooi is dat”, vindt Richard. Al die lammeren die geboren worden, echt mooi is dat”, vindt Richard, die vroeger altijd al riep dat hij boer wilde worden, mét schapen. Voor zijn zesde verjaardag kreeg hij zijn eerste ooi, Dieuwertje. Inmiddels zijn Hampshire Downs zijn grote passie.

In de wei

Dan laat Richard de schapen zien. Hij stapt met Harry in de auto en verdwijnt diep de landerijen in. De omgeving ziet eruit als een lapjesdeken van weilanden, afgewisseld met smalle stroken bos. Op een boerenweggetje stopt het tweetal. Het is er muisstil. Richard: “Soms zie je hier kuddes edelherten. Van die grote met flinke geweien.” Hij wijst naar de bosranden waar hij ze regelmatig spot.

De heren wandelen de wei in, waar een groepje Hampshire Downs hen enthousiast verwelkomt. Het zijn zeven ooien en een dekram. Deze ram importeerden ze uit Ierland. Want een lage genetische verwantschap is een belangrijk fokdoel. “We hebben graag nieuwe bloedlijnen”, zegt Richard. Om inteelt te voorkomen gebruiken de fokkers ook een computerprogramma van het Hampshire Down Stamboek. Deze rekent tot zes generaties terug of de dieren bij een potentiële paring aan elkaar verwant zijn.

Richard en zijn familie zetten jaarlijks drie tot vier dek-rammen in. Ze kijken per ooi nauwkeurig welke ram er het beste bij past. Het dekseizoen start halverwege juli. Volgens Harry is dat gebruik overgewaaid uit Engeland. “De lammeren worden dan begin december geboren. Een Hampshire Down is jaarrond bronstig, maar als ze eenmaal heeft gelammerd, houdt ze die cyclus doorgaans aan.”

Keuring

De fokkers gaan jaarlijks twee keer naar een keuring en twee keer naar een ras-presentatie. Vooral de keuringen zijn een happening. Ze sleepten er diverse prijzen in de wacht. Ook Richard werkt elk jaar fanatiek naar een keuring toe. “Het is een doel. Je kunt dan zien waar je met je fokkerij staat. Thuis denk je bijvoorbeeld dat je dieren niet zo groot zijn, terwijl je op een keuring ziet dat ze juist veel maat hebben.” Door zijn jarenlange ervaring in de Hampshire Down fokkerij is hij sinds twee jaar lammerinspecteur bij het Stamboek. Prachtig vindt hij het. “Je komt echt overal. En je ziet veel dieren van andere fokkers, ook van mensen die normaal niet naar keuringen gaan.” Wat begon met een Hampshire Down als verjaardagscadeau is uitgegroeid tot een grote passie. De wens die Richard als 6-jarig jongetje had kwam uit: hij is boer mét schapen!

 

Tekst: Mariska Bloemberg

Foto: Marjolein van Leeuwen

Dit is een gedeelte van het volledig artikel dat verscheen in Boerenvee. Meer van dit soort artikelen lezen?  Word dan abonnee van ons blad.