Op de voedselarme zandgronden en heidegebieden liepen in de negentiende eeuw kleine en magere koetjes rond. Ze werden voornamelijk gehouden voor de mest. De bekende veearts Gerardus Johannes Hengeveld, schrijver van het standaardwerk over rundveerassen, gaf ze de naam ‘zand- of heidevee’. Door de introductie van kunstmest verloren ze hun functie en verdwenen de koetjes volledig uit beeld.

Klik hier voor het artikel