Graszaadhooi bevat vaak mycotoxinen. Daardoor is het ongeschikt om het te gebruiken als ruwvoer voor paarden, koeien en schapen. Dit concludeert de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD).

Voor de productie van graszaad wordt vaak gebruikgemaakt van gras dat met zogenaamde endofyten is besmet. Hierdoor is het gras beter beschermd tegen vraat, stoelt het beter uit en is het gras daardoor sterker. Maar deze endofyten produceren ook lolitrem: een mycotoxine. Mycotoxine is schadelijk voor graseters zoals paarden, koeien en schapen.

Lolitrem veroorzaakt neurologische verschijnselen zoals incoördinatie, een stijve, atactische tot hypermetrische gang, gevolgd door omvallen met krampen en fietsbewegingen, vooral na opjagen en bij opwinding van de dieren. Bij rust herstellen de krampen weer en kunnen de dieren weer overeind komen. Dit wordt raaigraskramp genoemd (rye grass staggers).

Schimmels

Lolitrem kan van nature voorkomen: weilanden die in de late zomer oin het najaar besmet raken met de schimmel Neotyphodium (Acremonium) lolii. Maar dat komt slechts sporadisch voor in Europa. In Nederland is het grootste risico op raaigraskramp het gebruik van hooi afkomstig van graszaadbedrijven. In de wetgeving is nog geen norm opgenomen voor lolitrem in graszaadhooi. Wel staat er natuurlijk dat veevoeder veilig moet zijn. Maar aan de buitenkant van het hooi is niet te zien of dit is behandeld met endofyten  en/of lolitrem bevat. Wanneer een veehouder toch graszaadhooi gebruikt, zorg er dan voor dat de verkoper garandeert dat er geen endofyten zijn gebruikt bij de teelt en dat het hooi ook niet afkomstig is van raaigras.