Stamboeken moeten sinds 1 november beschikken over ten minste één fokprogramma. Dit is het gevolg van de nieuwe Europese fokkerijverordening. Door de regels voor stamboek Europees gelijk te trekken is er tussen de landen handel mogelijk in fokdieren. Ook zijn er Europees brede regels voor erkenning van stamboeken: zo moet er een voldoende brede genetische basis zijn om inteelt te voorkomen.

Alle stamboeken die nu een erkenning hebben, behouden die. Ze mogen opereren in het land waarin ze erkend zijn en volgens een vaststaande procedure ook over de landsgrens heen. Wel moeten ze een fokprogramma opstellen als ze dat nog niet hebben. Dat geldt ook voor organisaties, die stamboeken of registers bijhouden voor meerdere rassen. Voor elk ras moet tenminste één fokprogramma worden ingediend.

De fokkerijgroeperingen en de fokkers hebben veel vrijheid om zelf invulling te geven aan hun fokbeleid. Volgens de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland zullen er de komende tijd nog 160 fokprogramma’s van rassen bijkomen door reeds erkende stamboeken.

Geert Boink, voorzitter van de Stichting Zeldzame Huisdierrassen, verwacht dat de koeienstamboeken de boel al op orde hebben, maar dat het bij schapen nog wel eens aan een fokprogramma ontbreekt. Of het is er wel, maar het is niet aangemeld. “Sommige mensen zien op tegen het invullen van de vragenlijsten. Als ze er niet uit komen, mogen ze bij ons aankloppen voor hulp.” Het positieve is ook volgens Boink dat stamboeken veel vrijheid hebben om zelf invulling te geven aan het fokbeleid.