De Ronquières kalkoen, terug van weg geweest!

In een eerdere Boerenvee kwam de herintroductie van het Mergelland hoen in haar oorspronkelijke Zuid Limburgse leefgebied uitgebreid aan de orde. Ander pluimvee dat van oorsprong veel in het zuiden van het land werd gehouden – en dat net als het Mergelland hoen vooral aan België wordt gelinkt – is de § Ronquières kalkoen. Een kalkoenenras dat uitgestorven gewaand werd, terug gevonden werd en zich bij uitstek leent voor het hobbymatig houden.

Oorspronkelijk komt de kalkoen uit Midden-Amerika waar ze door indianenstammen als huisdier werden gehouden. Ontdekkingsreiziger Fernando Cortez nam de eerste gedomesticeerde kalkoenen rond 1520 mee naar Europa. Vanuit Spanje verspreidde het dier zich naar Italië, Engeland, Frankrijk en de Nederlanden. Met name in de Zuidelijke Nederlanden werden de kalkoenen erg populair. In het noorden van Henegouwen, de streek van Ronquières, worden sinds vijf eeuwen kalkoenen ambachtelijk gefokt. Aan het eind van de 19e eeuw was het geen zeldzaamheid om 500 tot 600 kalkoenen bij een fokker aan te treffen. Zelfs kleine boeren hadden vaak nog 150 dieren.

Op schilderijen uit de 16 en 17e eeuw zien we kalkoenen afgebeeld in diverse kleurslagen. Eén van die schilderijen ‘De welvoorziene keuken’ is van de Vlaming Joachim Beuckelaer uit 1556 en hangt in het Rijksmuseum. De kalkoeken die op dit schilderij staan afgebeeld zijn rechtstreekse nazaten van de Mexicaanse kalkoenen. Vooral de afgebeelde haan in de geelschouder kleurvariant is goed herkenbaar en deze geldt nu nog als blauwdruk voor de Ronquières kalkoen. In 1907 werd de eerste standaard voor de Ronquières kalkoen opgesteld. De omschrijving meldt een licht kalkoenenras met witte loopbenen en een blauwachtige kop. In deze standaard worden drie kleurvarianten beschreven; patrijs, hermelijn en vaal. Daarmee is de Ronquières de enige kalkoen die in meerdere kleurslagen voorkomt.

Toch niet helemaal verdwenen…
In het midden van de vorige eeuw leek het erop dat de Ronquières-kalkoen volledig was verdwenen. Opgegeten tijdens de barre oorlogsjaren of meegenomen door de Duitsers, die verder fokten met de Hermelijn-kleurigen onder de naam Cröllwitzer. Totdat in 1997 per toeval op een markt in België enkele exemplaren opdoken die werden herkend als Ronquières kalkoenen. Ze bleken zelfs afkomstig uit het Waalse dorp Ronquières waar één boer nog de authentieke kalkoenen bleek te houden.

Bruno Goddeeris, professor aan de landbouwfaculteit van de K.U. Leuven, herkende in deze dieren de kalkoenen uit de oude schilderijen en was vooral geïnteresseerd in de geelschoudervariant, die tot dusver niet in de standaard was vermeld. Met behulp van zijn broer Boudewijn startte hij een fokprogramma om de Ronquières kalkoen weer terug te krijgen. De goede legprestaties en uitkomstresultaten van deze kalkoenen hielpen daarbij enorm om snel resultaat te boeken. Na zeven jaar kruisen en selecteren kregen zij het voor elkaar om niet alleen een gezonde fokzuivere populatie Ronquières kalkoenen terug te fokken, maar bovendien wisten zij twee ‘vergeten’ kleurslagen weer in ere te herstellen: de geelschouder en de witte variant.

Dankzij het aantrekkelijke uiterlijk maar vooral ook dankzij haar goede gebruikseigenschappen lukte het de gebroeders Goddeeris de kalkoenen uit te zetten bij diverse fokkers in België en Nederland waar het inmiddels een populair hobbyras is geworden. Eén van deze fokkers is Hub Maar uit Geulle die, niet toevallig, ook één van de initiatiefnemers is van de herintroductie van het eerder genoemde Mergelland hoen.

Bevlogen fokker

Hub Maar is geen onbekende in de Nederlandse (en Belgische) Kleindierliefhebbers-wereld; hij is keurmeester van kippen- en watervogelrassen maar bovenal een bevlogen fokker. Naast grote Brahma’s, uiteraard Mergelland hoenders en diverse Belgische krielrassen houdt en fokt Hub Ronquières kalkoenen.

We spreken Hub als hij net terug is van de Midden Veluwe Kleindiershow in Apeldoorn waar zijn Geelschouder Ronquières haan het publiek weer heeft vermaakt: “Hij begint meteen te pronken zodra er enige aandacht is en weet van geen ophouden, vooral de kinderen vinden dat prachtig” aldus Hub. “En dat overmatige pronken is slechts één eigenschap waarmee de Ronquières zich onderscheidt van overige kalkoenenrassen. Qua formaat zijn ze kleiner en lichter dan de overige kalkoenenrassen en lijken ze dus nog het meest op de oorspronkelijke indianenkalkoenen die Cortez mee naar Europa nam. Hennen wegen doorgaans 5 tot 6 kilo en de hanen rond de 9 kilo. Het zijn ook betere leggers en ze leggen van december tot aan de rui; tot aan oktober dus. Daarnaast zijn het goede kloeken dus gaat natuurbroed ook prima. Dit laatste in tegenstelling tot de commerciële slachtkalkoenen van 20 kilo die nauwelijks nog op hun poten kunnen staan, laat staan voor nageslacht kunnen zorgen. Door hun geringe gewicht en sierlijke bouw kunnen ze redelijk vliegen, maar omdat ze makkelijk tam te maken zijn geeft dat in de praktijk weinig problemen. Ze zijn sterk, winterhard en kunnen wel een jaar of 12 worden. Ook stellen ze maar weinig eisen aan hun verzorging en huisvesting. Het zijn daarom echt ideale hobbykalkoenen. Natuurlijk leveren ze minder kilo’s op dan de bekende ‘plof-kalkoenen’, maar de smaak van het vlees overtreft de smaak van die kiloknallers!” Yvonne, Hub’s vrouw, benadrukt nog eens extra hoe mensgericht deze kalkoenen zijn. “Ze zoeken meer contact dan bijvoorbeeld onze kippen en staan me ’s morgens al gezellig op te wachten als ik buiten kom.”

Als fokker is Hub steeds weer verbaasd over de broedresultaten. “De kuikens zijn net toverballen: in eerste instantie zijn allemaal wit om vervolgens geleidelijk te veranderen in geelschouder, patrijs of vaal, ook wanneer beide ouders van dezelfde kleurslag zijn! Dit maakt de fokkerij er niet makkelijker op, maar boeiend is het zeker! Hub fokt bij voorkeur de geelschoudervariant van de Ronquières. “Die vind ik het mooiste en de geelschouder wordt ook gezien als de meest oorspronkelijke kleurslag.” De 12 fokdieren van Hub vertegenwoordigen naast geelschouder de kleurslagen patrijs en vaal. De kalkoenen worden gehouden in ruime rennen waar ze samen lopen met de grote Brahma’s en de Mergelland hoenders. In het broedseizoen maakt Hub dankbaar gebruik van de kipkuikens. “Ik plaats altijd enkele kipkuikens bij de kalkoenkuikens om ze te ‘gidsen’, kalkoenkuikens zijn namelijk niet zo snugger; ze hebben meer moeite om voer en water te vinden, snappen niet dat ze van buiten weer naar binnen kunnen, enzovoort. De kipkuikentjes wijzen ze een beetje de weg.

Hoewel steeds meer mensen de Ronquières kalkoen als hobbydier ontdekken is het aantal serieuze fokkers in Nederland nog op één hand te tellen.

Nu de herintroductie van zowel het Mergelland hoen als de Ronquières kalkoen tot een succes heeft geleid, heeft Hub zich alweer op een volgende uitdaging gestort: de Hervekriel erkend krijgen in Nederland (in België heet het Mergelland hoen Hervehoen), zodat we straks ook Mergelland krielen in Nederland hebben.

Tekst en beeld: Hans Krudde

Meer lezen over boerderij- en hobbydieren? Word lid van het tijdschrift Boerenvee.