De lama is allang geen dieren meer die je alleen als bezienswaardigheid in dierentuinen aantreft. Ook particulieren hebben zich in de loop der jaren over deze kameelachtigen ontfermd. Lama’s zijn makkelijke dieren om te houden, stellen geen hoge eisen aan de verzorging en met voldoende aandacht kunnen ze supertam worden.

De lama behoort tot de familie van de kameelachtigen, die bestaat uit een zestal verschillende soorten. De kameel en de dromedaris zijn bij uitstek geschikt als last- en trekdier, vooral in de woestijnen van Azië en Afrika. De Guanaco, de wilde lama, leeft op de hoogvlaktes van Zuid-Amerika. De Vicunã is de kleinste kameelachtige en bezit de dunste, de zachtste en de warmste wol ter wereld. Deze dieren zijn alleen te vinden in verschillende dierentuinen, waaronder diergaarde Blijdorp en Artis.
De alpaca wordt voornamelijk voor de wol gehouden en de lama voor het vervoeren van goederen. Zowel de lama als de alpaca zijn de laatste jaren als gezelschapsdier erg populair geworden.

De eerste lama’s van Duindigt

Rond het jaar 1900 was het voor de welgestelden mode om een aantal exotische dieren rond hun landhuis of kasteel te houden. Zo had de toenmalige notaris en bankier Walter Jochems voor zijn landgoed Duindigt in 1906 zestien lama’s uit het verre Peru laten komen. De helft heeft de verre reis met de stoomboot niet overleefd. Maar de andere helft voelde zich al snel thuis op Nederlandse bodem.
Tijdens de oorlogsjaren werden de dieren over het hele land verspreid. Dit om te voorkomen dat ze zouden worden meegenomen door de bezetter. De valse hengst die op Duindigt achterbleef, pestte de bezetter door luid gillend langs het hek te rennen als er een colonne Duitsers voorbijkwam. Hij genoot daar zichtbaar van.
Na 113 jaar lopen er nog steeds lama’s in de weilanden van het landgoed Duindigt. Inmiddels worden ze verzorgd door de kleindochter van Walter, kunstenares Cornelie Jochems.

Lama’s zijn gemakkelijk in de omgang, mits je ze voldoende aandacht geeft. Ze zijn leergierig en intelligent en je kunt ze met een beetje geduld en consequent optreden heel veel leren.
In hun oorsprongsgebied, de Andes van Ecuador, Peru, Bolivia, Chili en Noordwest-Argentinië, worden lama’s nog steeds gebruikt als lastdier. Vooral op de rotsachtige geitenpaadjes van het hooggebergte bewijzen de lama’s hun nut. In de lager gelegen gebieden worden de dieren meer en meer vervangen door gemotoriseerde vervoersmiddelen.

Goed geheugen

Iedereen die met lama’s te maken krijgt, weet dat ze een zeer goed geheugen hebben, een onplezierige ervaring vergeten ze niet gemakkelijk. Daar kan de toenmalige dierenarts Peter Klaver van Artis over meepraten. Op zijn website lezen we: “Typisch gedrag van de lama-achtige is het spugen met pensinhoud. In bijna alle cartoons, die over lama’s gaan, wordt deze minder vriendelijke kant van het dier belicht. Soms vrij onverwachts of na dreigen kunnen ze met forse kracht wat pensinhoud naar belagers spugen, die dan bedekt raken met een groene, behoorlijk stinkende drab. Dit verdedigingsmiddel kan behoorlijk effectief zijn tegen soortgenoten of roofdieren in het wild, maar ook in de dierentuin houdt het mensen op afstand. Als dierenarts van Artis was ik absoluut niet populair bij de lama’s. Als ze de kans kregen, lieten ze het niet na om mij een volle laag te geven. Ze waren de injecties, die ze in de loop der jaren hadden gehad, nog lang niet vergeten”.

De lama is een goede kuddebeschermers

De laatste tijd worden er regelmatig wolven gesignaleerd in Nederland. Vaak zwervers op zoek naar een nieuw leefgebied, maar sinds vorig jaar hebben de wolven zich ook definitief op de Veluwe gevestigd. Sommige schapenhouders zijn geconfronteerd met het verlies van enkele schapen als gevolg van de wolf en zijn op zoek naar manieren hun kudde te beschermen tegen deze rover. Een bewakingshond is een optie, maar die verjaagt niet alleen roofdieren. De hond kan zich ook agressief gedragen tegen andere voorbijgangers en daar zijn niets vermoedende wandelaars niet erg blij mee.
Een alternatief is een lama als kuddebewaker. Met zijn scherpe gezichtsvermogen zal hij elke indringer trakteren op een luide schrille schreeuw, die klinkt als een roestig scharnier. Dat zal voor de schapen het teken zijn zich zo dicht mogelijk rondom de lama te verzamelen.
De lama heeft als verdediging van zijn schaapskudde nog het schoppen en het spugen achter de hand. Wel is het zaak één in plaats van meerdere wachtlama’s in te zetten. Gebruik je er meerdere, dan zullen ze de neiging hebben om onderling een kudde te vormen en de schapen links te laten liggen. Of een lama de schaapskudde kan beschermen tegen een hele roedel wolven is overigens wel de vraag.

Imagoprobleem

Lama’s zijn sociale dieren die leven in een kudde. Een kudde bestaat uit een hengst, die de leiding heeft en bepaalt waar zijn dames met hun jongen naar toe gaan. Ook zorgt hij voor de veiligheid en houdt indringers op een afstand. Lama’s hebben een imagoprobleem met hun bedenkelijke reputatie als spugers, maar dat doen ze alleen als het echt niet anders kan. Normaal communiceren ze vooral met hun oren, staart en houding. Deze lichaamstaal heeft een belangrijke functie voor de samenhang in de kudde.
Als alles rustig is, dan hangt de staart van de lama ontspannen naar beneden. Staat zijn staart omhoog dan is het dier alert en op zijn hoede. Legt de lama zijn staart op zijn rug dan duidt dat op onderdanigheid. Ook aan de banaanvormige oren kan je zien wat hun stemming is. Staan ze naar voren, dan zijn ze nieuwsgierig. Gooien ze hun oren plat in de nek dan kan dat boosheid, onderdanigheid of angst betekenen. Spugen en schoppen doen ze pas als er niet op hun lichaamstaal wordt gereageerd en ze niets anders meer kunnen dan hun stinkende pensinhoud met volle kracht over hun belager uit te spugen.
Lama’s hebben een bijzonder goed gezichtsvermogen en een heel arsenaal aan geluiden. Bij gevaar kunnen ze zeer schel schreeuwen, ook kunnen ze zachtjes ‘hummen’, daarmee laten ze merken dat ze enigszins bezorgd of angstig zijn.

Trainen van een lama

Lama’s in de wei is natuurlijk leuk en bijzonder, maar nog leuker is het om met je lama een wandeling te kunnen maken. Dat gaat niet vanzelf. Daarvoor zul je de lama moeten trainen.
De basisvoorwaarde voor het trainen van een lama is vertrouwen. Het lijkt alsof ze overal goed over nadenken voordat ze een stap verzetten. Het zijn beslist geen knuffeldieren en ze houden niet erg van lichamelijk contact. Het trainen van lama’s moet stap voor stap gebeuren en je bereikt het meeste als je zelf rustig en zelfverzekerd opereert.
Trekken aan het dier heeft geen zin, een beetje druk uitoefenen werkt stukken beter. Zodra de lama een stapje zet laat je het touw een beetje vieren. De lama merkt als snel dat meelopen best wel leuk kan zijn. Deze techniek komt uit de paardenwereld en werkt ook prima bij deze kameelachtigen.
Het kost tijd voordat de lama je volledig als leider heeft geaccepteerd, maar je zal zien dat na verloop van tijd de lama netjes en zonder tegenstribbelen met je meeloopt. Vervolgens kun je dat vertrouwen uitbouwen en de lama bijvoorbeeld meenemen op de openbare weg.
Het is natuurlijk reuze handig als jouw lama rustig aan een halstertouw met je meeloopt en niet van alle nieuwe dingen die je tegenkomt schrikt. Een lama is een vluchtdier en zal bij gevaar, onverwachtse bewegingen of geluiden het liefst er snel vandoor gaan.

Lama weetjes

  • Lama’s houden niet erg van knuffelen
  • Een lamajong noemen we een cria
  • Een lama kan naar voren, naar achteren en naar opzij schoppen
  • Lama’s zijn zindelijk en poepen altijd op dezelfde plek
  • Lama’s zijn ’s zomers gek op water
  • In de bovenkaak hebben lama’s geen snijtanden
  • Een lama kan gemakkelijk 20 jaar oud worden

Rasomschrijving

Lama’s hebben een lange nek, een dikke vacht en een onbehaarde kop. De schofthoogte varieert van 110 cm tot 130 cm en het gewicht zit zo rond de 140 kilogram. Ze komen voor in allerlei vachtkleuren en hebben, zoals alle kameelachtigen, een gespleten bovenlip en geen voortanden in de bovenkaak. Ook hebben ze geen hoeven, maar een dikke laag eelt met een paar stevige nagels.

Spugen en schoppen doen Lama’s pas als er niet op hun lichaamstaal wordt gereageerd en ze niets anders meer kunnen dan hun stinkende pensinhoud met volle kracht over hun belager uit te spugen

Tekst en foto’s: Jan Smit

Meer lezen over parkdieren? Neem een abonnement op Boerenvee.