Previous Page  24 / 48 Next Page
Information
Show Menu
Previous Page 24 / 48 Next Page
Page Background

Carel van Amersfoort heeft vele jaren het Franse

schapenras ‘Rouge de L’Ouest’ rond zijn woning in het

Utrechtse Woudenburg gehouden. Na twee

knieoperaties moest hij noodgedwongen stoppen

met dit zware vleesras. Het bloed kruipt waar het

niet gaan kan en Carel ging op zoek naar een kleiner

en beter hanteerbaar schaap. Hij kwam uit bij de

Charmoise, een - naar eigen zeggen – mini Rouge.

De Charmoise dankt zijn naam aan het landgoed “ La Charmoise “,

gelegen in het departement Loir-et-Cher in het midden van

Frankrijk. Daar ontwikkelde de eigenaar Edouard Malingié in het

midden van de 19de eeuw een nieuw schapenras. Zijn doel was een niet al

te groot vleesschaap te fokken, dat genoegen neemt met wat schalere

omstandigheden en toch nog voldoende vlees op de botten kweekt.

Edouard gebruikte hiervoor de Franse rassen Berrichon du Cher, Tourangeau,

Solognote, Merinos en het Engelse schapenras Romney, dat in die tijd ook

bekent stond als ‘de Kent’.

Na enkele jaren ontstond er een stabiele populatie van dit gedrongen, winter-

harde en zelfredzame schaap. In 1896 leidde dit tot de oprichting van het

‘Syndicat du mouton Charmoise’, ofwel de rasvereniging van dit nieuwe ras. In

1927 gevolgd door een stamboekorganisatie. Het aantal dieren loopt in

Frankrijk inmiddels gestaag terug: er zijn nog maar een kleine vierduizend

geregistreerde Charmoises te vinden. De nationalistische Fransen zijn erg

zuinig op dit authentieke schapenras en doen er alles aan om ze te behouden.

Voor Carel was de keuze voor dit schaap niet moeilijk en samen met zijn zoon

Bas importeerde hij in het najaar van 2016, als eerste in Nederland, een koppel

van elf Charmoises. Vader en zoon Van Amersfoort waren erg enthousiast en

zagen al snel de voordelen van de dieren ten opzichte van de Rouge de L’OIuest.

Een volwassen Charmoise ram heeft een gewicht van zeventig kilo en dat is

heel wat handzamer dat de honderddertig die een Rouge ram kan bereiken. Ook

het karakter viel op. Ze zijn rustiger en gemakkelijk in de omgang. Al vlug

werden de eerste lammeren geboren en ook dat verliep, zoals beloofd,

probleemloos.

Carel en Bas hebben een duidelijk doel met de import van deze schapen: “Het

aflammeren gaat erg gemakkelijk. In een vloek en een zucht ligt er een fit en

kwiek lam van rond de vier kilo bij de ooi. Het is de bedoeling de Charmoise

rammen te gebruiken om jaarlingen te dekken van bijvoorbeeld de Swifter of

de Noordhollander. Ze geven gewoon meer vlees aan de lammeren mee”.

Carel is bestuurslid van de Vereniging van Speciale Schapenrassen en ziet maar

al te vaak dat er lammeren worden geboren waar geen gewicht aan zit,

bijvoorbeeld bij de heideschapen. Carel: “Als je weet dat je niet al je rasdieren

kan verkopen en je wilt toch fokken dan kan je prima gebruik maken van de

vleestypische Charmoise. Je krijgt dan lammeren die gewoon meer opbrengen

bij de handelaar of voor de eigen diepvries. De Rouge was daar veel te groot

voor”.

Na de eerste elf dieren heeft Carel nog twee keer vers Charmoise bloed uit

Frankrijk geïmporteerd. Ze hebben nu een koppel van 27 ooien uit vier

bloedlijnen en vijf niet verwante rammen. Daarmee kunnen ze een flink aantal

jaren vooruit. De onverwante dieren kunnen worden ingezet bij nieuwe fokkers

van dit ras. Ook kunnen de rammen zorgen voor een goed slachtlam bij minder

bespierde ooien. In het bijzonder bij schapen die op schrale gronden gehouden

worden.

Tekst en fotografie: Jan Smit/Dierenbeeldbank

Dier

en thuis

Boeren

vee

1/2018

24