Previous Page  39 / 48 Next Page
Information
Show Menu
Previous Page 39 / 48 Next Page
Page Background

Hoefstal was vast onderdeel

straatbeeld

Ooit was het ding niet weg te denken uit het straatbeeld: de

tralvalje, ofwel hoefstal.

Maar met de intrede van de tractor verdwenen de stallen in rap

tempo.

Doodzonde, want travaljes behoren tot ons cultureel erfgoed.

Het woord ‘travalje’ is een verbastering van ‘travaille’, dat komt van

het Franse werkwoord ‘travailler’ = arbeiden, werken; in feite was

het dus een kleine werkplaats.

De travalje stamt van halverwege de 18de eeuw, en is waarschijnlijk

Frans van oorsprong.

De Franse legers voerden met een kar een mobiele travalje met zich

mee, zodat de paarden onderweg door een hoefsmid bijgehouden

konden worden.

Ook paardenman Hendrik beschikt over een mobiele hoefstal die op

een aanhanger meegaat naar de klant. Maar deze is afgesteld op

Hendrik’s lijf en lengte, waardoor Dieke zich af en toe in onhandige

bochten moet wringen om haar werk goed te kunnen doen. Te

zijner tijd zal Dieke dan ook over haar eigen hoefstal beschikken.

www.travalje.eu www.detonnemaker.nl

39

Boeren

vee

hoefstal of bekapbox zetten; om onze eigen rug te sparen, maar

ook voor het paard zelf,” legt Dieke uit. “Deze paarden zijn zo

zwaar dat ze moeilijk langere tijd op drie benen kunnen staan.

Verder is de hoefwand bij de meeste trekpaarden een stuk dikker

dan bij andere paarden. En wij kappen de zool niet weg. Die laag

zit er niet voor niks, leer ik van Hendrik.”

Dieke zelf is maar klein van stuk. Toch ondervindt ze daar als

trekpaardensmid weinig nadeel van. “Ik denk dat je net zo sterk

moet zijn als een gewone smid om deze paarden te kunnen doen.

Tot één jaar doen we hen uit de hand en daarna gaan ze in de

bekapbox,” aldus Dieke. “Het valt wel ’s tegen als een paard echt

niet meewerkt, maar hoe kleiner je bent hoe makkelijker je onder

het paard kunt werken.” Wel heeft ze sinds kort een eigen hamer,

die lichter in de hand ligt en bovendien de klappen op het

aambeeld wat dempt. “Mijn klasgenoten zijn jaloers!”, zegt ze

lachend, wanneer ze ‘m laat zien.

De vorm en de omvang van de paarden en hun voeten zijn haar

dus om het even. Het grote verschil zit ‘m voor Dieke in de

mentaliteit van de eigenaren.

“Trekpaardenvolk is nuchter volk,” volgens Dieke. “Het zijn

gezellige mensen, ze doen niet moeilijk. En zijn eerder te

makkelijk; wij worden vaker te laat dan te vroeg gebeld.”

Trekpaardensmederij met huifkarverhuur

De Tonnemaker is behalve een trekpaardensmederij ook een

huifkarverhuur en het bedrijf verzorgt daarnaast regelmatig

demonstraties en shows. Dieke is werkzaam in alle segmenten

van het bedrijf en vindt alles even leuk: “Zo lang ik maar lekker

met de paarden kan werken, vind ik alles goed. Het is mijn

droom, mijn plan om in de toekomst het bedrijf van Hendrik over

te nemen.”

De reacties van de trekpaardeneigenaren op de jonge blonde

studente zijn positief. En terecht, want Dieke is een goede

leerling, vindt Hendrik.

“Wat haar een goede smid maakt? Ze heeft passie voor haar vak,”

antwoordt hij desgevraagd. Hij is duidelijk trots op zijn pupil.

Het lijkt er sterk op dat Hendrik in Dieke een opvolgster voor zijn

bedrijf heeft gevonden. En wanneer ze zich in de toekomst als

smid volledig zou toeleggen op het bekappen en beslaan van

trekpaarden, zou ze zich weleens de enige echte vrouwelijke

trekpaardensmid van Nederland mogen noemen.

Ja, laat die kleine Dieke maar schuiven.. tussen de tonners.

Judith van der Steeg