Previous Page  14 / 48 Next Page
Information
Show Menu
Previous Page 14 / 48 Next Page
Page Background

Boeren

vee

5/2014

14

Column

Tjitske Ypma (1977)

woont met haar gezin

in Eefde (Gld.).

Als liefhebber van

boerderijdieren is ze

vaak te vinden op de

hobbyboerderij van

haar ouders in Lettele

(Ov.).

moeilijk als ze weggaan, maar ja, je kunt ze ook niet allemaal

houden. Meestal krijg ik na een paar dagen een mailtje waarin ze

vertellen hoe het met het konijntje gaat en waaruit blijkt hoe blij

de mensen met hun nieuwe huisdier zijn. Dat is natuurlijk ook

waar ik het uiteindelijk voor doe.”

Juiste benadering

De mensen die een konijntje bij Melissa kopen, krijgen ook een

boekje van de Stichting Konijnenbelangen mee. “Daar staat heel

veel goede informatie in”, vindt Melissa. “Je merkt toch dat heel

veel mensen niet zoveel weten van konijnen voordat ze eraan

beginnen. Ik vertel ze ook veel als een konijn komen ophalen en

zo mogen mij ook altijd bellen of mailen, maar ik raad ze ook aan

om het boekje thuis nog eens goed door te lezen.”

Een veelvoorkomende onwetendheid is de manier waarop mensen

een konijn benaderen, weet Melissa. “De meeste mensen

benaderen een konijn van bovenaf. Dat is voor een konijn heel

bedreigend; dan voelen ze ineens een hand op hun rug. Dat is ook

de reden waarom konijntjes die je bij de dierenwinkel koopt vaak

schrikkerig zijn. In dierenwinkels hebben ze namelijk van die

bakken waarbij de opening van boven zit. Die konijnen worden

dus altijd van bovenaf benaderd. Daar krijg je bange konijntjes

van. Het is veel beter om het konijn horizontaal met je hand te

benaderen. Ik heb daarom alleen maar hokken waarbij de opening

aan de voorkant van het hok zit en niet aan de bovenkant.”

De konijnen die Melissa’s bunnyranch verlaten, hebben allemaal

een mooie naam van haar gekregen. “Soms geven mensen het

konijn wel eens een andere naam, maar gelukkig vinden ze de

naam meestal leuk en houden ze die aan.” Vooral de namen

Muffin en Browny – voor bruine konijntjes – vallen bij haar

kopers goed in de smaak.

Tot nu toe gaat het fokken van konijnen Melissa voor de wind. “Ik

heb nog maar één keer meegemaakt dat een jong het niet heeft

gered. Verder zijn alle konijntjes die hier geboren zijn, groot

geworden. En dit seizoen heb ik een vrouwtjeskonijn gehad die

toch niet zwanger bleek te zijn. Dat was wel erg jammer. Maar

volgend jaar ga ik het gewoon opnieuw met haar proberen.”

Het fokseizoen zit er voor Melissa weer op. Volgend voorjaar

hoopt zij weer op drie of vier nieuwe nestjes.

Cindy Schwering

Meer informatie:

www.bunnyranch-de-regenboog.nl

Boer en grond

Je hebt lucht etsers en mensen die ergens wortel schieten: stevig aarden. De

meeste boeren zijn wortelschieters, maar niet altijd zijn hun kinderen dat ook.

Zo wil het geval dat ik in een week tijd de emoties van twee grondgebonden

boeren meemaak die hun boerderij verliezen, ieder op hun eigen wijze.

Een van hen is 93, en daarmee de oudste man van het dorp. Hij is als knecht op

de boerderij gekomen, die al eeuwen in de familie was. Als de boer overlijdt,

trouwt hij met de boerin en blijkt een goede vader, tuinman en een grote

dierenvriend. Na een hersenbloeding op 90-jarige leeftijd, komt hij in het

verpleeghuis terecht. Zijn stiefdochter, een boerin in hart en nieren maar

ongetrouwd, ontvangt pa wekelijks op het erf. Daar genieten ze van het voeren

en vertroetelen van de Shetlanders.

Als de dochter overlijdt, wordt het bezoek aan ‘huis’- zoals pa blijft zeggen,

door de rest van de familie geregeld, maar dan nog maar eens per maand.

Uiteindelijk besluit de familie het huis te koop te zetten. Het ligt mooi, en

wordt snel verkocht. De familie komt nog een keer met pa bijeen in de

boerderij als afscheid. Vier dagen later overlijdt de oude boer.

Dan een heugelijke gebeurtenis: een trouwerij. Een boerendochter ging op haar

achttiende studeren en woont sindsdien niet meer op het akkerbouwbedrijf van

haar ouders. Ze verkoos een creatief beroep tussen de mensen. Toch is de band

met het bedrijf altijd heel sterk gebleven. Ondanks de afstand, komt ze nog

regelmatig de oude vertrouwde lucht van schapen en aardappelen opsnuiven.

Als er hulp nodig is bij de oogst, neemt ze een dag vrij om te komen helpen.

Wanneer ze gaat trouwen, wil ze dit het liefst op de boerderij vieren, ook al

woont ze er al 18 jaar niet meer. Stiekem is er wel bezorgdheid over de

toekomst. Hoewel de uitvoering van het bedrijf inmiddels samen met een jonge

collega-boer wordt gedaan, worden ouders ouder. Hoe zal dat in de toekomst

moeten met het bedrijf, dat al tweehonderd jaar in de familie is? De traantjes

bij de familie die vloeien tijdens het huwelijk, zullen hier een beetje mee te

maken hebben. Directe bedrijfsopvolging lijkt met het huwelijk een beetje

verder weg.

Ook bij mijzelf neemt ‘de boerderij’, waarvan er voor iedere boerendochter

maar één de ware is, een bijzondere plaats in. Als mijn ouders eindelijk van een

verdiend pensioen gaan genieten, wat dan? Aan een verkoop moet geen van

ons denken, maar de idylle van het platteland hadden mijn vriend en ik al eens

doorgeprikt op een huurboerderijtje. En broer en zus zijn ook andere wegen

ingeslagen. Mijn vriend heeft inmiddels wortel geschoten in ons dorpshuis (met

grote tuin), en van mij als lucht etser maak je geen wortelschieter. Maar dan?

Hoe moeten wij lucht etsende boerendochters leven zonder de inspiratie van

die ene boerderij en haar bewoners?