Pagina 43 - 0903_Boerenvee.indd

Basis HTML versie

Boerenvee 3-2009 43
eet je ze niet’
Peter Bos, zoogkoeienhouder Terborg
“Ik ben het niet met de stelling eens. Ik
houd van mijn koeien en kan er goed mee
leven dat ze geslacht worden om bewuste
consumenten van een lekker stukje vlees te
voorzien. Die net als ik vinden dat de dieren
een goed leven moeten hebben gehad en
die smaak belangrijk vinden. Ik zou er niet
mee kunnen leven dat het vlees van mijn
koeien in een kiloknaller in de super terecht
komt. Ok, voor die koe maakt het misschien
niet zoveel uit, maar ik heb moeite met de
massa. Ik houd van mijn dieren, en wil ook
niet dat ze te vroeg geslacht worden. Ze
moeten geslachtsrijp en volgroeid zijn. Ik
zou dan ook nooit kalfsvlees eten. Vlees is
ook lekkerder als het de tijd heeft gehad om
te groeien. Dat is belangrijker dan het ras.
Mijn oudste koe is 20 jaar geworden en van
ouderdom dood gegaan. Dat vind ik mooi.
Ik heb er nooit over geprakkiseerd haar naar
de slager te doen. Hey, nu je het zegt, als ik
echt van een dier houd kan ik dat niet. Ik
ben het dus toch met de stelling eens. De
oude koe had zoveel voor ons gedaan, die
kon ik niet zomaar afdanken bij de slager.
Dat ik mijn andere koeien wel weg kan
brengen komt omdat het mijn beroep is. Als
boer kun je niet bestaan als je teveel van al
je dieren houdt. Je moet dus bewust geen
band aangaan met je dieren. Ik kan dat niet
altijd even goed. Zo vind ik het nog steeds
moeilijk om dieren weg te brengen. Ik vind
het belangrijk dat zelf te doen, zodat het
rustig en goed gaat. Maar ik heb er toch
steeds wat moeite mee. Eens in de twee
weken is het even slikken. Het blijft een
moeilijk moment. Maar het zijn mijn dieren
en het is mijn verantwoordelijkheid, dus die
neem ik.
(www.ekovleesboerderij.nl)
Rob Rijks, natuurslager in Twello
,,En dat vraag je aan een slager?”, begint hij
lachend. ,,Ik lust best een stukje vlees van
mijn eigen varkens, koeien of schapen. Die
houd ik voor het vlees. Anderzijds: ik zou
nooit mijn eigen paard op kunnen eten, en
mijn brandrode runderen mogen ook oud
worden. Goed, als de dieren echt oud zijn,
zou ik ze best nog willen opeten. Dan doe je
nog wat goeds met het vlees. Ik houd ervan
mensen te plezieren met een lekker stukje
vlees.
Maar goed, het klopt dat als ik echt van
een dier houd, als het dichtbij me staat,
dat ik het dan niet kan opeten. In die zin
ben ik het met de stelling eens. Ook al ben
ik slager. Het is deels afhankelijk van het
karakter van het dier, en deels van de aan-
vankelijke bedoeling met een dier. Ik heb er
ook wel eens moeite mee om lammeren te
slachten. Die heb ik vaak zelf als jonkie nog
in de hand gehad. Maar ik weet het vanaf
het begin: ik hecht me er niet aan. Dat
geldt ook voor mijn varkens, die kan ik ook
wel slachten. Ik zet voor mijn werk blijkbaar
een knop om. Dat moet ook wel, anders is
het ook niet te doen.
Bij mijn ooien is het alweer anders. Die
houd ik in principe voor het leven. Alleen
als ze te oud worden of als ik stop zou ik ze
kunnen laten slachten, als ze niet ergens
anders terecht kunnen.
Ik maak dus wel onderscheid in passie of
werk. Dieren die ik vanuit mijn passie houd,
zal ik niet slachten, en dieren die ik voor
mijn werk houd wel. Daarbij maakt het niet
zoveel uit wat voor soort dier het is. Ik kan
best een paard van een ander eten.”
(www.natuurslagerijrobrijks.nl)
Peter Bos, zoogkoeienhouder in Terborg (Gld.)
Rob Rijks, slager in Twello (Gld.)