Pagina 27 - 0903_Boerenvee.indd

Basis HTML versie

Boerenvee 3-2009 27
Dierenarts
aan het woord
Mestonderzoek schept duidelijkheid
Ook al doe je als schapenhouder nog zo goed je best, soms kan het gebeuren dat de dieren het niet zo goed doen als je zou willen.
Dierenarts Albert Vink beschrijft hoe hij via onderzoek van mest ontdekte dat de schapen van Rinus leden onder zowel een besmet-
ting met coccidiose als wormen.
R
inus van Boekel houdt al vele jaren
schapen. Het is één van zijn grote
hobby’s. Hij is namelijk een echt
“buitenmens”: hij houdt van tui-
nieren, zijn 20 ooien en bijbehorende lam-
meren verzorgen en soms als hij tijd over
heeft veehouders in de buurt en handje
helpen. Zijn schapen, die vindt hij het al-
lermooist. Helaas heeft hij maar een be-
perkte hoeveelheid weiland, dus dit wordt
intensief gebruikt. Het risico van een ver-
hoogde infectiedruk, met name maag-
darmworminfecties, is dan sterk vergroot.
Rinus is zich dat als fervent schapenhouder
heel goed bewust. Hij hanteert daarom een
intensief behandelplan en ontwormt zijn
schapen regelmatig. Toch gaat het dit jaar
wat minder goed. Hij stond vorige week aan
de balie op de praktijk met de mededeling:
,,De groei van de lammeren valt wat tegen,
de ooien blijven te mager en verschillende
dieren hebben te dunne mest. En dat ter-
wijl ik de ooien rondom het aflammeren
heb ontwormd, en de lammeren twee we-
ken geleden ook nog allemaal”. Hij zei er
bij: ,,Ik had nog wormmiddel van vorig jaar
staan, dat was niet verlopen, dus dat kan
het probleem toch niet zijn”. Ik vroeg hem
van vijf ooien en van vijf lammeren verse
mest te brengen, zodat ik het kon nakijken.
In het laboratorium onder de microscoop
was een verrassend beeld te zien: de mest
van de lammeren zat vol met coccidiose
eieren en redelijk veel wormeieren. De
mest van de ooien bevatte ook een aantal
wormeieren. Toen ik Rinus de uitslag van
het onderzoek vertelde was hij verbaasd:
,,Hoe kunnen ze nog een wormbesmet-
ting hebben, ik heb ze zo goed ontwormd?”
Maar bij het intensief ontwormen van die-
ren, bestaat kans op resistentie ontwikke-
ling tegen de gebruikte wormmiddelen. Het
is verstandig om regelmatig mestonderzoek
te laten verrichten om de effectiviteit van de
ontworming te controleren, en om te kijken
of andere oorzaken, zoals bijvoorbeeld coc-
cidiose ook niet spelen. Daarnaast is het
goed om eens te wisselen van wormmiddel.
Let dan met name goed op de gebruikte
werkzame stof, een werkzame stof is soms
onder vele verschillende namen verkrijgbaar.
Ook komt kruisresistentie voor tussen aan
elkaar verwante stoffen. Ook coccidiose kan
vaak diarree veroorzaken: eenvoudig mest-
onderzoek geeft hier een juiste diagnose,
waarna de goede behandeling kan plaats-
vinden. Nu duidelijk is dat zowel coccidiose
als wormen een rol spelen, spreek ik met
Rinus af dat hij zijn schapen een dubbele
behandeling geeft. Eerst krijgen de schapen
een ontwormiddel met een andere werk-
zame stof dan Rinus voorheen gebruikte. En
daarna volgt een behandeling met een coc-
cidiostaticum. Na een paar weken is te zien
dat de behandelingen effect hebben gehad.
De mest van de dieren ziet er weer prima uit
en de lammeren zijn zichtbaar in de groei.
Rinus is blij dat hij uiteindelijk mestonder-
zoek heeft laten doen: dat het ook cocci-
diose kon zijn was hem bekend. Maar dat
resistentie tegen wormmiddelen ook mo-
gelijk was, had hij zich niet gerealiseerd.
Mestonderzoek kan duidelijk maken of schapen geplaagd worden door wormen en coccidiose.
Albert Vink, dierenarts in Asten (N.Br.)
www.ourama.nl
Tel. 06 51 88 81 13
Polyester huisvesting voor boerenvee
PREFAB TUINHUIZEN EN DIERENVERBLIJVEN
Een sieraad voor uw tuin, een thuis voor uw dieren
zelf op te bouwen, complete wanden
indien gewenst: montage
naar eigen ontwerp
Vraag onze gratis folder aan of kom kijken,
graag na telefonische afspraak (ma. t/m za.)
TIMMERBEDRIJF B.G. HIJINK
Gelkinkweg 4 – 7095 CB De Heurne (Dinxperlo). Tel. 0315-651060